Stadsreus – Volucella zonaria

KLIK op één van de foto’s dan kan je haar mooier en in het groot te bekijken.


De stadsreus is, zoals alle zweefvliegen, een onschuldig diertje dat leeft van nectar en stuifmeel van bloemen. Tot voor kort was de stadsreus een zeldzame verschijning. Nu komt deze grootste zweefvlieg van Nederland steeds vaker voor. Ook hier in onze tuin zie ik haar regelmatig in de ochtend en met de avond. Je moet haar wel voorzichtig benaderen want ze is best verlegen. Als ze merkt dat je er aan komt is ze weg.


De stadsreus wordt groter dan de meeste andere soorten zweefvliegen en kan 2,5 centimeter bereiken. Het is zoals alle zweefvliegen een onschuldig diertje dat leeft van nectar en stuifmeel, maar sprekend op een gevaarlijke soort lijkt. Dit wordt mimicry genoemd, en deze soort lijkt door zijn grootte en oranjebruine kleuren op de hoornaar (Vespa crabro), die tot de plooivleugelwespen behoort en heel pijnlijk kan steken. Andere zweefvliegen lijken door een zwart-gele bandering meer op kleinere soorten wespen, of meer door een dichte beharing meer op hommels. De belangrijkste verschillen zijn de zeer slanke ‘wespentaille,’ die zweefvliegen niet hebben, en de schichtige vliegbewegingen. Een echte hoornaar vliegt zigzaggend en vloeiender. Ook zijn de ogen van een wesp meer langwerpig van vorm, en die van de zweefvlieg bijna rond. De stadsreus heeft een geel achterlijf met dunne zwarte dwarsstrepen, een bruinoranje glanzend borststuk en een gele kop.


Opmerkelijk is de ontwikkeling van de larve. Veel zweefvliegenlarven eten bladluizen, maar de larve van de stadsreus leeft op de bodem van een bewoond wespennest. Hier voedt de larve zich voornamelijk met afval, zoals dode wespenlarven en stervende wespen, en richt dus geen schade aan. Hoe de weerloze vlieg het voor elkaar krijgt om zonder herkend en gedood te worden het wespennest binnen te dringen is niet bekend. De stadsreus komt voor in centraal en zuidelijk Europa, noordelijk Afrika en Azië inclusief Japan. In Nederland en België is de soort niet overal algemeen.


In Nederland komen vijf soorten reuzen Volucella voor: de hommelreus, de wespreus, de stadsreus, de witte reus en de gele reus. Het zijn grote, bolle zweefvliegen met een vrij lange snuit en hun antennes dragen een pluim. De hommel-, stads- en witte reus zijn algemeen in Nederland. De andere twee zijn zeldzaam.

 

Iedereen weer bedankt voor al die fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes van Anna

 

Weidevlekoog

IMG_0040w

De Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) is een zweefvlieg waarbij in het bijzonder de ogen opvallen. Ze zijn geel wit met donkere vlekjes. Het achterlijf is bij het vrouwtje grotendeels glimmend; bij het mannetje zijn er grote, doffe delen. De achterpoten zijn gekromd. Deze vlieg meet 7 tot 11 mm.

IMG_0068w

Het is een zeer algemene zweefvlieg die van begin april tot half september voorkomt in diverse open, zonnige biotopen. Meestal is er water in de buurt. Soms wordt de vlieg in tuinen opgemerkt. In het noorden van zijn verspreidingsgebied (vanaf Centraal Frankrijk) vertoont deze zweefvlieg een sterke binding met brakke milieus. In het zuiden is zijn keuze diverser.

IMG_0090w

De eieren worden afgezet aan of in het water, vooral op rottend plantenmateriaal. De larve ontwikkelt zich in ondiep stilstaand water dat rijk is aan rottend organisch materiaal, zoals modderpoelen, rijkbegroeide slootkanten en koeienmest. De verpopping vindt op een droge plek plaats. De vlieg overwintert als larve.
Bron: Natuurlexicon

IMG_0104w

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes van Anna 😀

 

Bij de vijver…

Klein gearderd witje - Pyjamazweefvlieg

Ik had net een foto kunnen maken van een Klein geaderd witje (Pieris napi) die samen met de Gewone Pendelvlieg (Helophilus pendulus) zaten te snoepen aan de bloemen van de Grote kattenstaart (Lythrum salicaria), dat ik haar ineens zag hangen… zo te zien was zij nog niet zo heel lang geleden uitgeslopen. Haar vleugeltjes glommen nog als spiegeltjes… het is een Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) en wat is ze mooi !!

Klik op de foto’s  hier boven dan kan je die in het groot bekijken.

De Bruinrode heidelibel heeft een eenjarige levenscyclus en overwintert als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larven zich snel ontwikkelen. Uitsluipen vindt plaats vanaf eind mei tot eind september, met een piek van eind juli tot begin september. Bij hoge uitzondering kunnen bruinrode heidelibellen als imago overwinteren en in het vroege voorjaar weer actief worden.

4. Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum)

Jonge dieren zijn in de wijde omtrek van het voortplantingswater aan te treffen, zittend en jagend in ruige vegetatie. Hij is te herkennen aan zijn rechte snor en zijn poten, die zijn zwart met gele strepen.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Puntbijvlieg

De bloeiende Moerasspirea bij onze vijver, is zeer intrek bij de Puntbijvlieg (Eristalis nemorum). Het vrouwtje zit op haar gemak te snoepen van de bloem, met al haar stuifmeel en het mannetje zweeft boven haar. Als je goed op de foto van de Kaardenbol kijkt, kan je zien dat de tekening van het mannetje er anders uitziet dan van het vrouwtje. Soms zweven er wel 2 tot 3 mannetjes boven een vrouwtje om te proberen te paren met haar . De mannetjes zijn dan ook best wel fanatiek, want soms vallen ze echt een ander mannetje aan. Eerst dacht ik dat ze aan het paren waren in de lucht, tot ik het verschil zag van het mannetje en het vrouwtje. Ze zijn gewoon echt aan het vechten en het gaat soms zo hard dat de vleugels om je oren vliegt… van zo, die heb ik uitgeschakeld… het winnende mannetje paart dan met haar als ze er al niet vandoor is naar een andere bloem… dus vlugheid is wel geboden… 😉

Klik op een foto dan kan je ze in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Leven in en op de Phlox

In de tuin heb ik een grote pol Phlox paniculata ‘White Admiral’ staan. Deze bloeien van juni en als het goed is tot in september. Ze geurt heerlijk, vooral met en in de avond. Dikkopjes en gamma-uiltjes zijn er gek op, maar nu het iedere keer zo koud is, heb ik ze nog niet kunnen waarnemen. De geur van de bloemen is heerlijk zacht en kruidig, een echte aanrader voor je tuin. Ik heb de afgelopen paar dagen een aantal foto’s gemaakt van de verschillende insecten die deze Phlox bezoeken. Ik stond er eigelijk zelf een beetje versteld van… van de aantal soorten die ik tegen kwam en dan heb ik natuurlijk nog niet alles gezien…
Een kleine greep… 😀

Klik op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen weer bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

&nbsp