Jacobsladder – Polemonium caeruleum

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

De Jacobsladder bloeit van begin juli tot ver in september. De bloemen zijn klok- of trechtervormig, ze staan op een korte buis. De bloemen staan in tuilen tussen de lancetvormige blaadjes, die als treden van een ladder in paren naast elkaar staan. Vandaar de naam Jacobsladder. Zowel stengels als bloemblaadjes zijn bezet met kleine klieren. In het hart staan de meeldraden, die al of niet een felgeel gekleurd zakje met stuifmeel dragen. Alle stelen (blad en bloem) zijn hol van binnen.

Jacobsladder wordt ook weleens Hemelladder genoemd. Polemonium komt van Polemon, Koning van Pontus. De Nederlandse benaming Jacobsladder heeft de plant te danken aan het bijzondere blad met zijn tegenoverstaande blaadjes die doen denken aan de sporten van een ladder.

De Jacobsladder is inheems in het koude en gematigde klimaat van Noord-Azië, Noord-Europa en de bergstreken van Midden-Europa. In het wild wordt hij gevonden op grasland, moerasranden en rotsachtige plaatsen. Verschillende soorten worden gekweekt als borderplant. In Nederland komt de soort niet van nature voor, maar is deze als sierplant verwilderd.

Treurig genoeg gaat het niet goed met de bijen. Overal op de wereld – ook in Nederland – sterven bijenvolken. En die sterfte neemt in een alarmerend tempo toe. Het beestje heeft sterk te lijden door schadelijke bestrijdingsmiddelen. Parasieten en ziekten, te weinig nestgelegenheid en het verdwijnen van allerlei plantensoorten doen de rest. Natuur en Milieu en de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV) werken samen om bijensterfte tegen te gaan. Ze pleiten onder meer voor meer variatie in bloemen en planten bij bijvoorbeeld groenvoorzieningen, spoorbermen, langs openbare wegen én in uw tuin! De bij heeft ook behoefte aan plekken om zich te nestelen en aan kwalitatief betere planten waar ze van leven.

Jacobsladder is een goede voedselplant voor met name solitaire bijen.
Bron: ECOlonie

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 🤗

 

Advertenties

Denken – Voelen

Grote Klokjesbij - Chelostoma rapunculi

Twee werelden

Denken
Dodelijk
Zonder gevoel

Voelen
Hulpeloos
Zonder gedachten

Grote Klokjesbij - Chelostoma rapunculi

Doordachte
Gevoelens
Geven evenwicht

Doorleefde
Gedachten
Brengen rust

Evenwichtig leven

Gedicht: Aukje Wijma

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes, Anna 🤗

 

 

Grote Klokjesbij

_MG_5686w

De Grote Klokjesbij (Chelostoma rapunculi) behoort tot de familie Megachilidae. Het is een oligolectische soort, zoals alle klokjesbijen. De naam verwijst naar de plant, waar ze hoofdzakelijk stuifmeel verzamelt, namelijk bloemen van de klokjesfamilie (Campanula).

_MG_5626w

Het is een typische klokjesbij van ongeveer 10 mm met een smalle lichaamsbouw. Het is één van de klokjesbijen, waarbij de vrouwtjes smalle witte haarbandjes op het achterlijf bezitten, buiten de haarbandjes zijn de vrouwtjes slechts zwak behaard. De buikschuier is geel-wit. De kaken zijn goed ontwikkeld, vrij kort en bezitten drie tanden. De clypeus is sterk gebogen. De mannetjes zijn vrij sterk geel-bruin behaard, zowel kop, borststuk als achterlijf. Ze bezitten drie afgeknotte tanden op het einde van het achterlijf.

_MG_5657w

Klokjesbijen nestelen over het algemeen in hout of rietstengels, maar aangeboden nestblokken worden ook geaccepteerd. Behalve de Ranonkelbij zijn de andere drie klokjesbijen gespecialiseerd op de planten uit de klokjesfamilie (campanulacea). Klokjes komen in de vrije natuur nog maar spaarzaam voor, maar maken vaak deel uit van borders in tuinen. Klokjesbijen doen het dan ook goed in tuinen en parken. Voldoende nestmogelijkheid is tegenwoordig vaak het grotere probleem. Tuinliefhebbers zouden ook nestmogelijkheden voor deze insectenfamilie moeten aanbieden.

_MG_5996w

Eén generatie overwintert als prepop in een cocon. Bouwt een lineair nest in dood hout en holle stengels. Maakt ook gebruik van nestblokken. Nesten bestaan uit 1-6 achter elkaar aangelegde broedcellen in holten met een doorsnede van 3-5 mm. De tussenwanden en de sluitprop van het nest lijken sterk op die van Chelostoma florisomne. Oligolectisch, gespecialiseerd op klokjes. In Nederland vooral gemeld van grasklokje. Daarnaast op circa 15 andere plantensoorten waargenomen die wellicht als nectarbronnen dienen.

_MG_5647w

Bijen zijn koudbloedige wezens, wat betekent dat hun lichaamstemperatuur afhankelijk is van die van de omgeving. Door gebruik te maken van lange beharing of vleugeltrillingen kan de inwendige temperatuur wat op peil gehouden worden. Maar niet elke bij is even harig en vleugeltrillingen vreten energie. Een isolerende schuilplek is dan ook meer dan welkom.

_MG_5754w

Zo kunnen mannetjes vaak rustend aangetroffen worden in holtes. Aggregaties zijn hierbij niet vreemd, ook bij soorten die overdag een territoriaal gedrag vertonen. ’s Nachts worden de vijandigheden echter aan de kant geschoven en slapen de mannetjes broederlijk naast elkaar.

_MG_5720w

Deze Gewone tandkaak (Enoplognatha ovata) spin had een lekker hapje te pakken… dit is wel een nadeel van slapen in een klokjesbloem…

_MG_5901w

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes van Anna 🤗

 

 

Slapende Grote Klokjesbijen

KLIK op een foto dan kan je haar mooier en in het groot te bekijken.

De Grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi) behoort tot de familie Megachilidae. Het is een oligolectische soort, zoals alle klokjesbijen en nestelt in hout of rietstengels. De naam verwijst naar de plant, waar ze hoofdzakelijk stuifmeel verzamelt, namelijk bloemen van de klokjesfamilie (Campanula). De mannetjes slapen vaak in de bloempjes (ook bij donker weer) door zich met hun kaken vast te klemmen.

Kevergangen zijn natuurlijk nestgangen, maar een nestblok met gaten van circa 4 mm levert geen problemen op. Voor de afdichting wordt wat vochtig zand gebruikt, waarin hele kleine kiezelsteentjes zijn verwerkt. Nadat de larve volgegeten is met nectar en stuifmeel spint ze een cocon waarin ze ook overwintert als larve. De verpopping vindt pas kort voor het uitvliegen in de maanden mei/juni plaats. Nestgelegenheid is vaak (>50%) binnen een straal van 300 meter van de voedselbron.
Bron: Wildebijen.nl

Dank voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes Anna