Gamma-uil

De Gamma-uil (Autographa gamma) is een onopvallend bruin uilvlindertje. De vlinder heeft in het midden van de voorvleugel een duidelijke geelwitte gamma, waardoor hij altijd goed te herkennen is. De opening van het gammateken is belangrijk: deze is bij de Gamma-uil wijd en trechtervormig; dit onderscheidt hem van de veel op hem lijkende, maar iets bontere Autographa pulchrina, die een smalle V-vormige tekening heeft. De Gamma-uil heeft ook de bijnaam Pistooltje, omdat de gammavormige tekening ook de gelijkenis met een pistool heeft.

Gamma-uil (Autographa gamma)

In tegenstelling tot veel van zijn soortgenoten vliegen de Gamma-uilen ook overdag. Hij brengt veel tijd door op bloemen en is soms in grote aantallen te vinden op klavervelden. ’s Avonds komt hij ook wel op het kunstlicht af. Hij plant zich hier in de zomermaanden voort. De rupsen van de Gamma-uil zijn polyfaag en leven van een groot aantal soorten kruiden.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Ze komen overal voor waar nectarrijke bloemen te vinden zijn. In Nederland en België is de Gamma-uil een trekvlinder. De soort is waar te nemen van april tot en met oktober. De vlinders trekken in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden en koloniseren Midden- en Noord-Europa. In Nederland kunnen in augustus en september in sommige jaren grote populaties ontstaan. Een deel van de vlinders trekt in september en oktober weer naar het zuiden. De Gamma-uil is niet in staat in Nederland te overwinteren, hoewel een enkel geval van overwintering bekend is in verwarmde plantenkassen.
Bron: Wikipedia

 

Iedereen weer bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve zomerse groetjes van Anna 🤗

 

 

Advertenties

Boomblauwtje en haar ei afzetting

Boomblauwtje zet haar eitje af op de Grote Kattenstaart

Hoe kan je het Boomblauwtje herkennen?
Blauwtjes zijn genoemd naar de helderblauwe bovenzijde van de voorvleugels. Bij het vrouwtje van het Boomblauwtje heeft de voorvleugel een brede zwarte rand; bij het mannetje ontbreekt die.
Het Boomblauwtje heeft een spanwijdte van 25 tot 32 mm.
Je herkent het Boomblauwtje best aan de onderzijde van de vleugels, goed te zien wanneer de vlinder met de vleugels gesloten zit. Bij het Boomblauwtje is die onderzijde egaal zilverachtig blauw (vandaar zijn vroegere naam ‘Zilverblauwtje’), met verspreide zwarte stipjes.

Wat eet het Boomblauwtje?
Boomblauwtjes zie je vaak nectar drinken op bloemen. Dat zijn bijv. Koninginnekruid, Distels, Struikhei, Grote kattenstaart of gele composieten zoals Jacobskruiskruid.

Waar legt het Boomblauwtje haar eitjes?
Het legt zijn eitjes vaak op Klimop, ook op Hulst. In de zomer kiest het Boomblauwtje ook Grote kattenstaart en Struikhei als waardplanten. Het Boomblauwtje experimenteert ook wel eens met nieuwe waardplanten, zoals Vlinderstruik of Magnolia. De rups leeft op verschillende types planten: zowel bomen (vooral vuilboom) als struiken en lagere planten.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Hoe plant het Boomblauwtje zich voort?
Het Boomblauwtje heeft verschillende generaties per jaar. Je kan de eerste Boomblauwtjes eind maart zien rondvliegen. De tweede generatie vliegt in volle zomer (de eerste exemplaren van die tweede generatie verschijnen in juni). In het najaar (september) kan er een derde generatie zijn. Het Boomblauwtje overwintert als pop.

Wat kan jij doen voor het Boomblauwtje?
Het Boomblauwtje fladdert graag langs structuurrijke bosranden. Heb je ruimte voor een vogelbosje in je tuin? Zorg ervoor dat er ook sporkehout in de rand staat (dat is overigens een belangrijke bijenplant en tevens waardplant voor de Citroenvlinder).
Heb je ruimte om een muur weelderig te laten begroeien met Klimop? Dat kan in de zomer een plek zijn waar het Boomblauwtje graag vertoeft én eitjes afzet. In het najaar is bloeiende Klimop overigens interessant als nectarplant voor vlinders, zweefvliegen en bijen.
Bron: Natuurpunt

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes Anna 🤗

Bij de vijver…

Klein gearderd witje - Pyjamazweefvlieg

Ik had net een foto kunnen maken van een Klein geaderd witje (Pieris napi) die samen met de Gewone Pendelvlieg (Helophilus pendulus) zaten te snoepen aan de bloemen van de Grote kattenstaart (Lythrum salicaria), dat ik haar ineens zag hangen… zo te zien was zij nog niet zo heel lang geleden uitgeslopen. Haar vleugeltjes glommen nog als spiegeltjes… het is een Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum) en wat is ze mooi !!

Klik op de foto’s  hier boven dan kan je die in het groot bekijken.

De Bruinrode heidelibel heeft een eenjarige levenscyclus en overwintert als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larven zich snel ontwikkelen. Uitsluipen vindt plaats vanaf eind mei tot eind september, met een piek van eind juli tot begin september. Bij hoge uitzondering kunnen bruinrode heidelibellen als imago overwinteren en in het vroege voorjaar weer actief worden.

4. Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum)

Jonge dieren zijn in de wijde omtrek van het voortplantingswater aan te treffen, zittend en jagend in ruige vegetatie. Hij is te herkennen aan zijn rechte snor en zijn poten, die zijn zwart met gele strepen.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna