Mollisia spec.

mollisia-met-springstaartje

Mollisia is een geslacht van schimmels in de familie Dermateaceae. Het geslacht omvat 121 soorten. Zelf denk ik dat dit de Mollisia cinerea is, ook wel de Gedrongen mollisia (zakjes zwam) genaamd. Het vruchtlichaam is beker- tot onregelmatig schotelvormig, met een doorsnee van 0,5 – 2 mm. De binnenzijde is grijs tot grijsblauw en de buitenzijde fijn vlokkig, grijsbruinig, met wittige rand. De Mollisia was moeilijk de fotograferen met mijn Canon 100mm macro lens dat ik mijn MP-E 65mm lens heb moeten gebruiken, om toch een duidelijker foto van het zwammetje te kunnen maken. Bij het downloaden van de foto’s, zat er nog een kadootje bij. Op één van de foto’s was een Springstaartje (Collembola) te zien. Springstaarten leven onder stenen, op en onder schors, in mos en eigenlijk op alle vochtige plaatsen, waar ze van organisch materiaal en schimmels leven.
Dus is hij hier wel op zijn plek… 😉

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

 

Bloedweizwam

De Bloedweizwam (Lycogala epidendrum) komt over de hele wereld voor en is ook in ons land heel gewoon. Het is eigenlijk geen zwam in de gewone betekenis van het woord: een schimmel die paddestoelen als vruchtlichamen voortbrengt. Het is een Slijmzwam, geen plant en geen dier, een aparte levensvorm, waarvan er bijna vijfhonderd soorten bestaan.


Het vruchtlichaam is ongesteeld, komt voor in kleine groepjes, soms onderling contact makend, bol- of kussenvormig, doorsnee is 3-15 mm, roze tot beige of donkergrijs, met schubjes. Plasmodium oranje tot vermiljoen of karmijnrood tot karmijnroze. Voorkomend op rottend hout, schors en afgevallen takken of op de grond naast stronken.


Het ‘dierlijke’ deel van deze zwam, dat bestaat uit een kolonie op amoeben en zweepdiertjes lijkende organismen, kruipt rond en heeft een bloedrode kleur. Na zich gevoed te hebben met bacteriën en schimmelsporen verandert dit plasmodium in een groep onbeweeglijke vruchtlichamen met een mooie roze kleur, die ook beige of donkergrijs kan zijn.


Dit ‘plantaardige’ deel van de slijmzwam, het aethalium, is bol- of kussenvormig en bedekt met sproetachtige schubjes. Het draagt de populaire naam Blote billetjeszwam. De inhoud van die vruchtlichamen is eerst roze en tandpasta-achtig en verandert later in een lavendel- tot licht okerkleurige sporenmassa, die verstuift of met regenwater wordt verspreid. Uit die sporen komen de op micro-organismen lijkende ‘diertjes’, die rondkruipende kolonies vormen. Het plasmodium huist in het rottende hout van omgevallen dennenstammen, waarop de vruchtlichamen ontstaan.
Bron: Wikipedia, Waarneming.nl,  Henk van Halm

 

KLIK op de foto’s dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Zwammetjes

Geel hoorntje – Calocera cornea
Het geel hoorntje is een zwam uit de familie Dacrymycetaceae. Bij droog weer krimpt deze zwam in tot een harde, hoornige massa, maar regenereert weer in vochtiger omstandigheden. Het gelatineuze, cilindrische vruchtlichaam van het geel hoorntje is tot 1,2 cm hoog. Onder gunstige omstandigheden is het glad en kleverig. Het heeft weinig of geen vertakkingen en onderscheidt zich onder andere hierin van het kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa). De kleur is dofgeel tot oranjegeel, vaak met bruinige punten. (Wikipedia)

Geweizwam – Xylaria hypoxylon
De geweizwam is een kleine, knotsvormige of plat cilindrische zwam tot 6 cm hoog. Aan de bovenkant komen vaak vertakkingen voor, waardoor de gelijkenis met een gewei ontstaat. In hun jeugd zijn ze bedekt met een wit poeder. Dit zijn de sporen die in de ongeslachtelijke fase worden voortgebracht (conidiën). Later in het najaar gaan ze over tot de geslachtelijke fase. De kleur verandert dan naar zwart en de sporen zitten niet meer aan de buitenkant. (Wikipedia)

Oranje druppelzwam – Dacrymyces stillatus
Vruchtlichaam druppel- of kussenvormig tot vlak bekervormig, Ø 2-5 mm, slijmerig, gelatineus, geel tot oranjegeel, droog oranje tot oranjerood. Komt in groepen voor op vermolmt hout van zowel loof- als op naaldhout, maar ook op bewerkt hout zoals halfvergane raamkozijnen, hekjes enz.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

 

De Gelatene

Ik open het raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatst beminnen.

Er was in dit leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.

Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onvergankelijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.

Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden.
En dan: ’t had zoveel erger kunnen zijn.

Gedicht: J.C. Bloem
Uit de bundel Quiet though sad (1947)

 

KLIK op een foto’s dan kan je ze in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Het leven van paddenstoelen

Een mooi familiegroepje van de Grote bloedsteelmycena (Mycena haematopus) die op één van onze dode boomstronken leeft, heeft wel heel veel te verduren.

Eerst staan ze heerlijk te pronken in het zonnetje en dan in de regen, dat is allemaal nog niet zo erg.

Met de vorst aan de grond, staan ze ook nog mooi te pronken. Helemaal bepoederd met ijskristalletjes… het is net suiker… een ware pracht gezicht.

Maar dan ontdooien ze weer, ze worden er niet mooier op en dan is er weer die vorst… ja, nu zien ze er wel heel zielig uit. Het is bijna gebeurt met ze.

 

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Melksteelmycena

De melksteelmycena (Mycena galopus) heeft een kegel- tot klokvormige hoed van 1-2 cm breed. De hoed is wit en fijngestreept door de lamellen, die enigszins door de hoed heen zichtbaar zijn. De lamellen zijn wit, staan breed uiteen en zijn aangehecht. De tot 8 cm hoge steel is slank (2-3 mm), glad en licht van kleur. Bij beschadiging scheidt de steel een wit melksap af, wat de soort zijn naam heeft gegeven.
Bron: Wikipedia

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Grote bloedsteelmycena

In ijzig raken

Ze bloeit
de heldere hemel
geeft nog wat respijt

Maar in de kou
van schemering
raakt zij haar kleuren kwijt

Het hart bevriest
in ijzig raken
van de wind

Bladeren krullen
in het wiegend
kraken van de stam

Onder een volle maan
laat zij in eerste vorst
haar oogst aan leven gaan

Gedicht: Wil Melker

 

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Gewoon elfenbankje


Het Gewoon elfenbankje (Trametes versicolor) is een paddenstoel. Het elfenbankje groeit het hele jaar en is een zeer algemene eenjarige saprofyt op stronken en takken van loofbomen. Het komt soms ook op de spar voor. De vruchtlichamen groeien aan één zijde van de stronk of tak.

Het Gewoon elfenbankje groeit dakpansgewijs in groepjes en heeft een witte rand met daarbinnen verschillend gekleurde zones: wit, beige, okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw of zwartachtig. De stevige, waaiervormige hoeden zijn 3-8 cm groot en meestal niet dikker dan 2 mm. De poriën bestaan uit zeer kleine buisjes (3 tot 5 per mm), die witachtig tot crème-achtig of gelig van kleur zijn. De sporen hebben de vorm van een knakworstje en zijn wit tot bleekgeel. Het gewoon elfenbankje helpt mee met het afbreken van de afgevallen bladeren in het bos.

Ook wordt deze schimmel in de biotechnologie veel gebruikt voor de productie van laccase, een lignine-afbrekend product dat vaak in de papierindustrie gebruikt wordt als bleekmiddel.

Het elfenbankje is al eeuwenlang een bekende geneesplant in de Chinese geneeskunde. Ook in de westerse, door modern wetenschappelijk onderzoek gestaafde fytotherapie wordt deze plant omhelsd als geneesplant. In de Verenigde Staten zijn enkele veel belovende onderzoeken uitgevoerd die erop duiden dat elfenbankje of componenten ervan kankerwerende eigenschappen hebben.
Bron: Wikipedia en Infonu.nl

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Gewone wolvezelkop


Gevonden in onze tuin, ze wordt een beetje ondersteunt en beschermt door een stukje arm van een zeer oude boomstronk, die daar al een paar jaar ligt. Ze heeft dit ook wel nodig, want ze staat daar zo helemaal alleen en dat in die kou en regen…

Hier een kleine beschrijving van haar:
Hoed gewelfd tot vlak, Ø 2-4 cm, vooral in het centrum met ruige vezelige opstaande schubjes bedekt, kaneelbruin tot donkerder bruin.
Lamellen kaneelbruin.
Steel 4-7 cm x 5-7 mm, wollig-vezelig, bruin. Vlees wit. Geur zwak.

Voorkomen:
Bij loof- en naaldbomen in bossen op zuur, vochtig tot droog, humusrijk (of -arm) zand.
Ectomycorrhizavormend.

Status:
Matig algemeen, Rode Lijst (Kwetsbaar).
http://minez.nederlandsesoorten.nl/content/gewone-wolvezelkop-inocybe-ovatocystis

En dat groeit dan gewoon in onze tuin… mooi hè!
We laten haar daar ook mooi staan in de hoop dat er volgend jaar misschien nog meer komen.
Ze is echt mooi. 😀

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Echte kopergroenzwam – Stropharia aeruginosa

Al een aantal jaren hebben wij een dode stronk van een naaldboom in onze tuin liggen en daar vlakbij groeit er nu voor het tweede jaar, deze prachtige gekleurde Kopergroenzwammen. Het is een eetbare paddenstoel en dat is ook wel te zien, want er heeft al iemand van gesnoept. De smaak schijnt iets bitter te zijn. 
 
Een paddenstoel die opvalt door de mooie blauwgroene kleur met vaak witte velumvlokjes langs de hoedrand. Bij het ouder worden kleurt de hoed naar mosterdgeel. De lamellen zijn aanvankelijk purpergrijs, later donker violetbruin met witte, vlokkige snede. De steel heeft dezelfde kleur als de hoed. Er is een smalle, gevoorde, vliezige ring. Onder de ring is de steel bedekt met vezelige, witte vlokken. De smaak en de geur zijn niet specifiek. De Echte kopergroenzwam groeit in loof- en naaldbossen, op de grond en op dood hout.  
 

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna