Stokroossnuitkever

Ik had een plastic zak met uitgebloeide Stokroosbloemen (Alcea rosea) gekregen, die vol zaten met zaden en waar ik erg blij mee was. Ik heb gauw de zaden uit die plastic zak gehaald en die uitgebloeide bloemknoppen leeg gepeuterd zodat ik lekker veel zaden had, toen in een zeef gedaan en zoveel mogelijk schoon geklopt. Toen ik ze in een schone papieren zak had gedaan zag ik ineens iets bewegen, even goed kijken… maar ik zag niets en toen zag ik het weer bewegen… ik de zak open gescheurd en nog eens goed gekeken… en ja hoor, daar bewoog het weer… het is een snuitkevertje ohh en nog één… wat zijn ze klein. Gauw mijn fototoestel pakken, maar die had ik nog binnen liggen… zie je me al rennen… 😉 mijn wederhelft moet er altijd om lachen, heb je weer wat, zegt hij dan. Nu gauw een paar foto’s maken. Eénmaal achter de computer kon ik goed de snuitkevertjes bekijken en ik hoefde ook niet lang te zoeken welk soort het was, het waren Stokroossnuitkevertjes (Rhopalapion longirostre).

KLIK op de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Stokroossnuitkever wordt 3 tot 4 millimeter lang. Vrouwelijke exemplaren vallen op door hun zeer lange snuit (rostrum) die bijna dezelfde lengte heeft als het lichaam. De snuit van mannelijke exemplaren is zo lang als de kop en halsschild (pronotum) samen. De ‘snuit’ is in werkelijkheid een extreme vergroeiing van monddelen. Aan het uiteinde hiervan bevinden zich de kaken waarmee de kever eet en ‘eigangen’ knaagt. Door de extreme lengte van de snuit, is de soort onmiskenbaar op naam te brengen. De vrouwelijke Stokroossnuitkever heeft de langste snuit van alle Midden-Europese Apionidae. Maar ook los van de snuitlengte bij de vrouwtjes is de soort goed te herkennen aan de combinatie van kleurkenmerken. De kever heeft een geheel zwart lichaam dat door de kleur van de beharing echter grijs lijkt te zijn. De poten zijn licht- tot donkerrood gekleurd. De tarsen van de poten (de voeten) zijn dan weer zwart.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Deze soort leeft monofaag op Stokroos (Alcea rosea, kaasjeskruidfamilie Malvaceae). Volwassen exemplaren eten het zacht weefsel van de zaden, bladeren en bloemen. De kevers laten vraatsporen achter op de plant waarbij het schadebeeld zich uit in zwartomringde gaatjes en plekken. De plant zelf wordt hierdoor niet tot nauwelijks in haar ontwikkeling gestoord. De larven van de Stokroossnuitkever ontwikkelen zich in de zaden. Met hun lange snuit boren de vrouwelijke kevers een gat in de gezwollen bloemknoppen. In deze eigang vindt de eiafzetting plaats. De pas uitgekomen larven banen zich vervolgens een weg naar het ringvormige vruchtbeginsel. De larven boren zich in de zich ontwikkelende vruchten. Het gat in de zaadwand wordt met een secretie afgesloten. De volledige ontwikkeling van de larve duurt vier tot zes weken. Aan het einde van het larvestadium verpopt de larve zich in het zaadomhulsel tot volwassen kever of imago. Overwintering gebeurt zowel in de zaden (poppenkamer) als aan de voet van de planten in de strooisellaag. (Bron: Wikipedia)

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve weekend-groetjes Anna 🤗

 

 

Advertenties

Kleine rode weekschildkever

De Kleine rode weekschildkever, ook wel Soldaatje of Rode weekschild (Rhagonycha fulva), is een kever uit de familie van de weekschildkevers (Cantharidae). Er zijn verschillende soorten uit het geslacht Rhagonycha die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, de kleine rode weekschildkever is een van de meest algemene soorten.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

De kleine rode weekschildkever heeft net als alle weekschildkevers zachte dekschilden en een langwerpig lichaam, sprieterige poten en lange, duidelijk gesegmenteerde antennes. De lichaamslengte is 7 tot 11 millimeter, de kleur is geheel oranjerood, de achterste punten van de dekschilden zijn donkerder tot zwart gekleurd. Ook de laatste segmenten van de poten (de tarsen) en de antennes en ogen zijn donkerbruin tot zwart gekleurd. De kleine rode weekschildkever is van het rood soldaatje te onderscheiden door het donkere einde van de dekschilden.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

De habitat bestaat uit graslanden en andere open landschappen, het rood soldaatje is in de zomermaanden niet zelden al parend in grote aantallen te vinden op diverse soorten schermbloemigen, waar ze van nectar snoepen en ook bloembezoekende insecten grijpen, die een belangrijk deel van het menu uitmaken. Ook de larven zijn actieve jagers die op de bodem leven van prooien als slakken en insectenlarven. De larven hebben een langwerpig lichaam en een zijde-achtige beharing, soms komen ze ’s winters als er sneeuw ligt massaal boven de grond waardoor het lijkt alsof het “wormen heeft geregend”.
Bron: Wikipedia

 

Iedereen weer bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes van Anna 🤗

 
 

 

Pelgimsgebed

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Vader God U ken my naam
My binnegoed en buitestaan
My grootpraat en my klein verdriet
My vashou aan als wat verskiet.

U ken my vrese en my hoop
Die pad wat ek so kaalvoet loop
Die pad het U lankal berei
U maak die pad gelyk vir my.

Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Moeder God U ken my waan
My ego en my regopstaan
Die drake waarteen ek bly veg
U wys my altyd weer die weg.

U het my met U lig geseën
Die lig strooi ek op iedereen
Net U weet hoe my toekoms lyk
Ek het niks, U maak my ryk.

Alle pelgrims keer weer huistoe
Elke swerwer kom weer tuis
Ek verdwaal steeds op die grootpad
Soekend na U boardinghuis.

Songtekst: Amanda Strydom

 

YouTube:
Pelgrimsgebed van Amanda Strydom

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes van Anna 🤗

 
 

 

Levenscyclus van een Lieveheersbeestje

1. Paring

In het voorjaar komen de volwassen lieveheersbeestjes te voorschijn. Zij gaan dan onmiddellijk op zoek naar voedsel. Een lieveheersbeestje kan wel 3000 bladluizen per maand eten. Als ze zijn aangesterkt zoeken ze een geschikt gebied om zich voort te planten. In april, mei paren ze.

2. Eieren worden in groepjesvan 3 tot 50 aan de onderkant van een blad gelegd

De eitjes worden in groepjes afgezet. De larven die als eerste uitkomen eten vaak hun broertjes en zusjes op.

3. Na 5 tot 8 dagen komen uit de eieren larven

In de zomer kunnen de larven dankzij het warme weer en voldoende voedsel snel groeien. Insecten groeien enkel in deze fase, de lieveheersbeestjes vervellen dan drie keer. Als de larve volgroeid is gaat ze verpoppen.

4. Volwassen larve

In de pop verandert het beestje in een volwassen dier. In juli of augustus kruipt het volwassen lieveheersbeestje uit de pop, zo’n zes weken nadat de eitjes zijn gelegd. Je kan tijdens de zomer dus twee generaties lieveheersbeestjes zien.

5. Na drie weken verpoppen de larven zich

In de herfst moeten de jonge lieveheersbeestjes veel eten, zodat ze voldoende reserves hebben voor de winter. De oude kevers sterven meestal voor de winter. De tocht naar de overwinteringsgebieden wordt ingezet.

En zo begint het allemaal opnieuw

Aangekomen in de overwinteringsgebieden kruipen de diertjes met enkelen bijeen. Sommige soorten kruipen in de grond weg, of zitten achter schors en in holle stengels. Enkele soorten overwinteren in schuren en kelders van huizen.
Bron: Beesies.nl

KLIK op een cirkel dan kan je haar mooier en in het groot te bekijken.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes Anna 🤗

 

Penseelkever – Trichius zonatus

KLIK op een foto dan kan je haar mooier en in het groot te bekijken.

De penseelkever behoort tot de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae). Tot deze familie behoren eveneens mestkevers en meikevers. Ze meten 9 tot 12 mm en hebben een sterk behaard borststuk en geeloranje dekschilden met de zwarte tekening erop.

Bij de penseelkevers zijn er twee soorten te onderscheiden de Trichius zonatus en de Trichius fasciatus. Deze twee lijken heel sterk op elkaar en ook hun levenswijze is bijna gelijk, maar zijn nog uit elkaar te halen door de tekening op de dekschilden. De zwarte tekening is nml variabel in formaat en vorm. Bij de Trichius zonatus zie je duidelijk 3 keer 2 zwarte vlekken op de twee dekschilden en bij de Trichius fasciatus lopen die vlekken over de schilden heen naar elkaar toe waardoor de bovenste twee vlekken zelfs in elkaar overvloeien en je daar van een zwarte dwarsband kan spreken.

 

Iedereen bedankt voor alle die fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve weekend groetjes Anna 🤗

 

Winterleven

Tijdens het fotograferen van verdorde varensbladeren zag ik iets heel kleins… het was een groen bladluisje. Dat het nog leefde verbijsterde mij toch wel een beetje, want het had toch best wel een beetje gevroren vannacht. Wat klein is hij hè…

Ik was een beetje aan het opruimen in de tuin. Toen ik een stukje boomstronk wilde verplaatsten, kwam ik deze prachtige Grote aardslak tegen. Hij lag helemaal tegen die andere boomstronk aan, misschien in winterslaap? Grote aardslakken kom ik toch niet zoveel tegen hier in de tuin… toch leuk. Na een foto of twee heb ik maar gauw het stukje boomstronk weer teruggezet om hem verder met rust te laten. Het was toch geen winterslaap want de volgende dag zat hij er niet meer.

Ik heb een paar grote pollen siergrassen in de tuin staan. Het zijn Miscanthus soorten en met de herfst geven ze van die prachtige glanzende rozebruine pluimen, die er bijna de hele winter aan blijven staan. Ik vind het echt een meerwaarde voor je tuin. Vorige week met het zonnetje… zag ik daar ineens een Lieveheersbeestje in één van die pluimen zitten. Ze zat daar heerlijk in weggedoken… lekker beschut, zo half in het zonnetje.


Zo zie je maar weer… ook in de wintermaanden gaat er voor sommige insecten ondanks de kou, regen en vorst… het leven toch gewoon door… 😀

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna

 

Rondje vijver

Als ik een rondje de vijver doe, kom ik echt van alles tegen en dan ga ik helemaal op in het fotograferen van het geen dat ik tegen kom. Met macro fotografie zie je heel veel wat er in die kleine wereld gebeurd, je kan alles zo goed bekijken en dan voelt het net of je één wordt met die wereld… heel apart en heel bijzonder…

Klik op een foto dan kan je ze in het groot bekijken.

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 😀

 

Groene snuitkever

De Groene snuitkever (Phyllobius argentatus) is een snuitkever die behoort tot de Curculionidae. De kever komt in Europa overal voor op loofbomen. De kever is overdag actief en vreet van de bladeren. De larven lijken veel op de maden van vliegen en leven in en van plantenstengels. De larve verpopt in de grond en in het daaropvolgende voorjaar verschijnt de kever.

De kever is 4 tot 6 mm lang en is bijna helemaal bedekt met glanzende, groene schubjes, met uitzondering van delen van de poten en de antennen. De dijbenen en de antennen zijn rood. Het lichaam is langwerpig en de kop is verlengd in een brede snuit. Op de dekschilden zijn donkere lengtegroeven aanwezig.
Bron: Wikipedia

Groene snuitkever
 

Lieve groetjes Anna