De Haas

De haas (Lepus europaeus), ook wel Europese haas genoemd om onderscheid te maken met andere hazensoorten, is een zoogdier, dat net als onder andere het konijn tot de orde der haasachtigen (Lagomorpha) behoort. De haas komt algemeen voor op de open gras- en landbouwgebieden van Europa en aangrenzende delen van Azië.

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief, maar op warme zomerdagen is hij ook later op de ochtend en vroeger op de avond al actief. Hij ligt overdag meestal platgedrukt tegen de grond, voor of in zijn leger. Wanneer hij voor zijn leger ligt, verstopt hij zich vaak in nabijgelegen groeven. Het leger bevindt zich meestal op een zonnige, doch beschutte plaats en is zelfgegraven. Als een haas in een leger ligt, zijn meestal enkel zijn kop en rug zichtbaar. De achterzijde ligt in het diepste deel van het leger. Hier houdt hij een slaap, die zo licht is dat de haas door ieder geluid of trilling van de bodem wordt gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten. Vaak gebruikt een haas meerdere malen dezelfde legers, tenzij deze verstoord zijn. Bron: Wikipedia

Haas op de uitkijk

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 🤗

 

 

Vleermuizen om het huis

De Gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus) is een kleine vleermuis, met een gewicht van ± 3,5 tot 8 gr. en naar verhouding hebben ze vrij lange, smalle vleugels, met een spanwijdte van ± 18 tot 24 cm.

Zolang als we hier wonen en dat is nu al meer dan 35 jaar, vliegen er hier altijd vleermuisjes rond het huis, die zo tegen zonsondergang te voorschijn komen. Ze vliegen dan rond het huis en vooral aan de voorkant waar onze grote Berk staat, daar zijn natuurlijk veel insecten te vangen… het is altijd een ware genot om naar te kijken. Onze katten vinden het ook prachtig ze zitten iedere avond voor het raam om ze te volgen. Ook achter ons huis boven onze vijvers vliegen ze graag… het zijn echt ware acrobaten.

1ste vleermuisje

Van de week was ik de hondenkennels aan het uitspruiten en dan als laatste spuit ik de afvoergoot uit, dan is alles weer lekker schoon. Ik had wel gezien dat er iets zwarts in lag, maar ik dacht ohhh… dat is afval dat zich heeft losgelaten van het dak, het had tenslotte aardig geregend afgelopen nacht. Ik spuit de goot schoon maar het zwarte bleef gewoon liggen, raar dacht ik nog… na eens goed gekeken te hebben, zag ik dat het een klein vleermuisje was dat daar lag… ik was helemaal perplex, ben toen gauw een bakje binnen gaan halen en heb hem/haar daar heel voorzichtig in gelegd. Nu eerst mijn werk afmaken en dan het vleermuisje eens goed bekijken en kijken wat ik ermee aan moest. Hij was natuurlijk helemaal nat geworden en hij zat ook nog met zijn snuitje onder oud spinrag. Ik denk dat hij een slaapplaatsje had uitgezocht dat toch niet zo goed bleek te zijn, vandaar dat hij was gevallen. Ik heb hem voorzichtig een beetje schoongemaakt en hem toen in een oude schoenendoos gedaan, die ik nog had met een dopje water. Ik hield hem natuurlijk de hele dag wel een beetje in de gaten. Ruim tegen zonsondergang werd hij al wat actiever en kroop hij door de hele doos heen. Ik heb echt gewacht tot het bijna zonsondergang was om hem buiten bij onze berkenboom te zetten. Toen het zover was, heb ik hem op de boom gezet, hij keek naar boven en klom toen zo verder de boom in. Toen hij eenmaal gesetteld was ben ik maar weg gegaan en na een dikke uur heb ik hem niet meer gezien… prachtig toch!! De volgende dag heb ik nog regelmatig gekeken of ik hem/haar nog zag, maar nee hoor… hij was voor mijn gevoel echt gevlogen.

2de Vleermuisje

De dag daar weer op was ik met mijn man boodschappen gaan doen, in een ander dorp. Toen we terug kwamen en de voordeur open maakten lag daar op de drempel iets zwarts… ik herkende het gelijk. Ik wees ernaar en mijn man zei, nou jaaa… Het was nog een vleermuisje, dit had ik in al die jaren nog nooit meegemaakt, twee vleermuisjes in één week. Hij was onder de regendoorslag/dorpel van de deur gekropen, heel apart. Ik heb de schoenendoos weer gepakt en heb hem/haar daar heel voorzichtig ingelegd, want hij/zij kon daar natuurlijk niet blijven liggen. Na hem goed te hebben bekeken, nee… dit was een ander vleermuisje dan die van eergisteren, deze was duidelijk groter. Hij maakte ook van die geluidjes… leuk hoor. Nu maar met rust laten en weer wachten tot het gaat schemeren. Het duurde wat langer omdat het van dat mooie weer was, maar op een gegeven moment heb ik haar toch maar aan de voet van onze Berk gezet en een paar foto’s gemaakt, dat kon net nog vanwege het licht. Hij blies nog wat naar mij en maakte nog van die geluidjes, net of hij een soort van afscheid nam. Het was héél bijzonder… het werd nu gauw donker en ben ik maar naar binnen gegaan. Na een uur was hij/zij verdwenen… Ik had een heel dankbaar gevoel van binnen… was ook zo apart!

2de vleermuisje

Gewone dwergvleermuizen jagen in gesloten tot halfopen landschap. Ze jagen relatief snel en wendbaar in een grillige vlucht met veel bochten en lussen en vliegen daarbij op enige afstand 1 tot 8 m langs de vegetatie. Ze vliegen op een hoogte van gemiddeld 2 tot 5 m, maar soms op wel 15 m. Gewone dwergvleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, in lanen, tussen boomkruinen, boven open plekken in bos, langs de bosrand (vooral oude voedselrijke loofbossen), straatlantaarns, in en langs lanen, bomenrijen, singels, houtwallen en holle wegen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied. Ze vangen een breed spectrum aan veelal kleinere prooien uit de lucht en pakken dat wat voorhanden is. Ze eten voornamelijk muggen, dansmuggen, schietmotten, maar ook haften, gaasvliegen, nachtvlinders en soms ook kevers.

(Kraam)kolonies zijn in Nederland vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, of onder dakpannen gevonden. In Oost-Europa worden ze ook in bomen en grotten gevonden. De groepsgroottes lopen uiteen van enkele tientallen tot meer dan tweehonderd dieren. Gewone dwergvleermuizen zijn plaatstrouw, maar gebruiken meerdere verblijfplaatsen en verhuizen relatief vaak. Ze jagen hoofdzakelijk binnen en straal van 2-5 km van de verblijfplaats. Vliegroutes volgen zoveel mogelijk lijnvormige structuren.
Voor meer info over vleermuizen: Vleermuis.net

Lieve natuur groetjes Anna 🤗

Paring Regenwormen

Ik wilde vanochtend in de tuin nog een paar foto’s van Paardenbloemen maken. Ik zat op mijn knieën en al helemaal in houding om een foto te maken, totdat ik ineens werd afgeleid door iets en ik weet tot nu toe nog niet waardoor. Maar ineens zag ik naast mij een dikke vette regenworm half onder een Vergeet-me-nietje. Het was best een flinke regenworm en hij was ook heel lang en ik dacht nog mmm een lekkere vette hap voor de Merels met hun jongen. Maar hij lag ook heel stil, dus ging ik hem wat beter kijken en ik doe de plant een beetje opzij… ik moest toen best even goed doordenken van wat ik nu eigenlijk zag… het zijn er twee en zijn die nu aan het paren? Ja hoor… ik gauw wat foto’s maken, maar dat viel nog niet eens mee… want ze lagen op een schaduwrijke plek, half onder het Vergeet-mij-nietje en dan ook nog op het oosten, dus weinig licht. Heb dan ook veel aan de instellingen moeten rommelen en dan veel foto’s maken, in de hoop dat er een paar goede bijzitten. Van al de foto’s die ik gemaakt heb waren er maar twee aardig gelukt… de rest allemaal bewogen. Ik had jammergenoeg ook geen tijd om mijn statief te pakken… want voor ik het wist waren ze uit elkaar en ging ieder zijn eigen kant op.

1. Voortplanting regenworm

Regenwormen zijn tweeslachtig (hermafrodiet), maar een regenworm kan niet zijn/haar eigen eitjes bevruchten. Elke regenworm heeft zowel een mannelijk als een vrouwelijk geslachtsorgaan. De testis en een opening vormen het mannelijk orgaan. Ovaria, eileiders en een opening vormen het vrouwelijke orgaan. Daarnaast hebben ze spermazakjes, waarin het sperma van de partner wordt opgevangen. De dauwpier copuleert boven de grond, andere soorten in de grond. Na de paring ontstaat pas na enige tijd, lang nadat de regenwormen uit elkaar gegaan zijn, bij de zadels (clitellum) een slijmband. De regenworm schuift achteruitkruipend uit de slijmband, waarbij de eitjes en het sperma in de slijmband komen. Aan het eind van het lichaam sluit de slijmband en vormt zo een cocon. Na enkele weken komen hieruit de nieuwe wormpjes, die nog enkele weken nodig hebben om volgroeid te raken.

2. Voortplanting regenworm

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet-groetjes van Anna 🤗