Kikkers in de tuin

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Geboren in een waterplas
Alsof ’t een klein visje was
Pootjes komen naderhand
Om te kunnen springen op het vaste land

Kikkertje kwak kwak kwak
’t Zwemt en springt met groots gemak
In deze sport een ware kampioen
Probeer hem maar eens na te doen

Vaak verstopt in ’t riet
Waar menig vijand hem niet ziet
’t Leeft van insektjes klein
Die langs de waterkant te vinden zijn

’t Springertje zag je vroeger veel
Zijn thans verdwenen voor een groot deel
Het water fel vervuild
Zijn leefgebied geruimd

Als je een kikkertje ziet
Ontneem hem zijn vrijheid niet
Laat hem rustig springen in de natuur
Anders verdwijnt het beestje helemaal
Op de lange duur…

Gedicht: Jozef Verachtert

 

Filmpje van onze vijverkikkers: 

 

Iedereen weer hartstikke bedankt voor alle fijne reacties bij mijn vorige blog !!
Lieve natuurgroetjes Anna 🤗

 

 

Advertenties

Mijn tuin Gasten

Dit mens-zijn is een soort herberg.
Elke ochtend een nieuw bezoek.

Klein koolwitje - Pieris rapae

Een vreugde, een depressie, een benauwdheid,
een flits van inzicht komt als een onverwachte gast.

Bloedrode heidelibel ♀︎ - Sympetrum sanguineum

Verwelkom ze; ontvang ze allemaal gastvrij
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt

Deze Grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi) ligt hier heerlijk te slapen op de overhangende Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea).

die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat.
Behandel dan toch elke gast met eerbied.

Strontvlieg - Scathophaga stercoraria

Misschien komt hij de boel ontruimen
om plaats te maken voor extase…

Groene snuitkever - Phyllobius argentatus

De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
ontmoet ze bij de voordeur met een brede
grijns en vraag ze om erbij te komen zitten.

Gewone huisvlieg (Musca domestica) op een uitgebloeide Rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus).

Wees blij met iedereen die langskomt
de hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
om jou als raadgever te dienen.

Rustende Akkerhommel - Bombus pascuorum

~ Maulana Jalaluddin Rumi (1217-1273)

 

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 🤗

 

 

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Lindepijlstaart – Mimas Tiliae

Zaterdagochtend, ik moet nog een paar boodschapjes doen in het dorp en dan moet ik altijd door een stuk tuin en zo de dijk op en zo loop ik langs de uitgebloeide Brandkruid (Phlomis russeliana)… automatisch kijk je naar de planten en dan ineens zie ik dit…

_MG_7805w

Dit kwam me heel bekend voor… dit had ik al eens eerder gezien… een Lindepijlstaart vlinder. Ik gauw weer terug naar binnen, mijn fototoestel gepakt en ja hoor ze hangt daar nog steeds. Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen want ze is best groot en hangt een beetje lastig ook een beetje tegen de draad in… maar al gauw vind ik mijn draai. Ik maak de ene foto naar de ander…

_MG_7748w

Terwijl ik bezig ben zie ik dat haar linker vleugel beschadig is… nu maar hopen dat ze er niet al te veel last van zal ondervinden. Nadat ik weet niet hoeveel foto’s te hebben gemaakt … ben ik toch maar gauw mijn boodschapjes gaan doen en toen ik weer terug kwam was ze gevlogen.

_MG_7764w

’s Avonds, we hadden lekker gegeten en ik wilde nog even een rondje tuin doen gelijk met een bakkie koffie… dit is altijd zo lekker ontspannend alles is in rust en stil. Ineens zie ik weer een Lindepijlstaart hangen aan een andere uitgebloeide bloem van de Brandkruid (Phlomis russeliana)… maar deze was bijna heel zijn linker vleugel kwijt… gauw nog een paar foto’s gemaakt, het was eigenlijk al een beetje te donker… maar de foto is toch nog aardig gelukt.

_MG_7992w

De Pijlstaarten (Sphingidae) zijn een familie van vlinders in de superfamilie Bombycoidea.
De meeste pijlstaarten zijn grote vlinders die ’s nachts vliegen; de kleinere soorten vliegen meestal overdag. Over de hele wereld zijn ongeveer duizend soorten bekend. Omdat de meeste soorten in Nederland erg zeldzaam zijn en de algemene soorten verborgen leven hebben veel mensen nog nooit een pijlstaart gezien. De naam is afgeleid van een typisch kenmerk van de rupsen die een verharde stekel op hun achterste segment dragen. De rupsen zijn meestal groot en kleurig, maar net zo dat ze niet opvallen in de waardplant. Pijlstaarten hebben vaak bonte kleuren.

 

Iedereen weer heel erg bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes Anna 🤗

 

 

Boomblauwtje en haar ei afzetting

Boomblauwtje zet haar eitje af op de Grote Kattenstaart

Hoe kan je het Boomblauwtje herkennen?
Blauwtjes zijn genoemd naar de helderblauwe bovenzijde van de voorvleugels. Bij het vrouwtje van het Boomblauwtje heeft de voorvleugel een brede zwarte rand; bij het mannetje ontbreekt die.
Het Boomblauwtje heeft een spanwijdte van 25 tot 32 mm.
Je herkent het Boomblauwtje best aan de onderzijde van de vleugels, goed te zien wanneer de vlinder met de vleugels gesloten zit. Bij het Boomblauwtje is die onderzijde egaal zilverachtig blauw (vandaar zijn vroegere naam ‘Zilverblauwtje’), met verspreide zwarte stipjes.

Wat eet het Boomblauwtje?
Boomblauwtjes zie je vaak nectar drinken op bloemen. Dat zijn bijv. Koninginnekruid, Distels, Struikhei, Grote kattenstaart of gele composieten zoals Jacobskruiskruid.

Waar legt het Boomblauwtje haar eitjes?
Het legt zijn eitjes vaak op Klimop, ook op Hulst. In de zomer kiest het Boomblauwtje ook Grote kattenstaart en Struikhei als waardplanten. Het Boomblauwtje experimenteert ook wel eens met nieuwe waardplanten, zoals Vlinderstruik of Magnolia. De rups leeft op verschillende types planten: zowel bomen (vooral vuilboom) als struiken en lagere planten.

KLIK op één van de onderste foto’s dan kan je haar groter bekijken.

Hoe plant het Boomblauwtje zich voort?
Het Boomblauwtje heeft verschillende generaties per jaar. Je kan de eerste Boomblauwtjes eind maart zien rondvliegen. De tweede generatie vliegt in volle zomer (de eerste exemplaren van die tweede generatie verschijnen in juni). In het najaar (september) kan er een derde generatie zijn. Het Boomblauwtje overwintert als pop.

Wat kan jij doen voor het Boomblauwtje?
Het Boomblauwtje fladdert graag langs structuurrijke bosranden. Heb je ruimte voor een vogelbosje in je tuin? Zorg ervoor dat er ook sporkehout in de rand staat (dat is overigens een belangrijke bijenplant en tevens waardplant voor de Citroenvlinder).
Heb je ruimte om een muur weelderig te laten begroeien met Klimop? Dat kan in de zomer een plek zijn waar het Boomblauwtje graag vertoeft én eitjes afzet. In het najaar is bloeiende Klimop overigens interessant als nectarplant voor vlinders, zweefvliegen en bijen.
Bron: Natuurpunt

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve genietgroetjes Anna 🤗

Jacobsladder – Polemonium caeruleum

KLIK op een foto dan kan je haar in het groot bekijken.

De Jacobsladder bloeit van begin juli tot ver in september. De bloemen zijn klok- of trechtervormig, ze staan op een korte buis. De bloemen staan in tuilen tussen de lancetvormige blaadjes, die als treden van een ladder in paren naast elkaar staan. Vandaar de naam Jacobsladder. Zowel stengels als bloemblaadjes zijn bezet met kleine klieren. In het hart staan de meeldraden, die al of niet een felgeel gekleurd zakje met stuifmeel dragen. Alle stelen (blad en bloem) zijn hol van binnen.

Jacobsladder wordt ook weleens Hemelladder genoemd. Polemonium komt van Polemon, Koning van Pontus. De Nederlandse benaming Jacobsladder heeft de plant te danken aan het bijzondere blad met zijn tegenoverstaande blaadjes die doen denken aan de sporten van een ladder.

De Jacobsladder is inheems in het koude en gematigde klimaat van Noord-Azië, Noord-Europa en de bergstreken van Midden-Europa. In het wild wordt hij gevonden op grasland, moerasranden en rotsachtige plaatsen. Verschillende soorten worden gekweekt als borderplant. In Nederland komt de soort niet van nature voor, maar is deze als sierplant verwilderd.

Treurig genoeg gaat het niet goed met de bijen. Overal op de wereld – ook in Nederland – sterven bijenvolken. En die sterfte neemt in een alarmerend tempo toe. Het beestje heeft sterk te lijden door schadelijke bestrijdingsmiddelen. Parasieten en ziekten, te weinig nestgelegenheid en het verdwijnen van allerlei plantensoorten doen de rest. Natuur en Milieu en de Nederlandse Bijenhouders Vereniging (NBV) werken samen om bijensterfte tegen te gaan. Ze pleiten onder meer voor meer variatie in bloemen en planten bij bijvoorbeeld groenvoorzieningen, spoorbermen, langs openbare wegen én in uw tuin! De bij heeft ook behoefte aan plekken om zich te nestelen en aan kwalitatief betere planten waar ze van leven.

Jacobsladder is een goede voedselplant voor met name solitaire bijen.
Bron: ECOlonie

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 🤗

 

Muntvlindertje

Geborgen vlinder

Muntvlindertje - Pyrausta aurata

Geborgenheid
Veiligheid
Wensen van de ziel
Geborgen als in een cocon
vol warmte en stilte
Verdwijnen zal de kilte

Muntvlindertje - Pyrausta aurata

Compleetheid vervuld
de wens van de gedachte
Totaal verbonden
met de wereld om ons heen
Heelt de diepe wonden
Die zijn achtergebleven,
in het hart verweven

Parende Muntvlindertje - Pyrausta aurata

Als wordend een vlinder
Geboren uit liefde
Vanuit geborgen ontwikkeling
de vrijheid tegemoet
Pracht van ongekende moed
Om de veilige haven
achter zich te laten
Trots en met opgeheven hoofd,
zoals de ziel vanaf het begin
het allemaal heeft beloofd

Gedicht: ByKyra

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes van Anna 🤗

 

Grijze spinnendoder

Opeens viel er naast mij op een lege stoel, onder onze Berk een spin zonder poten, ik wist gelijk waar het omging en zocht naar de wesp die hier verantwoordelijk was. Ze moest hier in de buurt zijn en ja hoor… ik zag haar en ik pakte mijn fototoestel. Eerst maar een foto van de spin maken en dan maar afwachten… het zullen allemaal niet van die scherpe foto’s worden want de wesp, een Spinnendoder genaamd zit niet stil en is bijna altijd in beweging en trilt ook nog heelveel. Daar kwam ze aan… het werd een heel gevecht voordat ze de spin weer goed vast had, want nu moet ze het nog helemaal gaan verslepen naar haar nestje. Na een tijdje sleept ze het helemaal tot aan de andere kant van de zetel en klom toen met de spin in haar bek (ongelooflijk) naar boven en kwam op de leuning uit… wat nu dacht ik… toen ineens nam ze een sprong in het diepe en kwam ergens op de grond terecht… ik kon haar jammergenoeg niet meer vinden. Ze zijn ook nog zo vlug en gelukkig weet zij wel waar haar nestje, die ze van tevoren gemaakt heeft, is.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Deze Grijze spinnendoder (Pompilus cinereus) heeft een langwerpig lichaam, is zwartgrijs van kleur en de kop, het borststuk en het achterlijf zijn zeer goed te onderscheiden. De poten zijn enigszins sprieterig en hebben duidelijke sporen, de wesp is een zeer snelle vlieger maar loopt ook onrustig over de bodem op zoek naar spinnen. Aan het achterlijf is een smalle, lichtere bandering aanwezig. De voelsprieten zijn ongeveer de helft van de lichaamslengte en het lijf wordt ongeveer 15 millimeter lang, mannetjes zijn vaak de helft kleiner. De grijze spinnendoder komt voor in open, zanderige gebieden zoals verstuivingen, kale delen in heidegebieden en duinen, waar de holletjes voor de larve gegraven worden. Omdat in Nederland niet veel van deze gebieden te vinden zijn, is de wesp niet algemeen, maar plaatselijk kan hij massaal voorkomen, vooral bij warm weer.

De Grijze spinnendoder dankt zijn naam aan de opmerkelijke prooi; deze wesp vangt namelijk spinnen. Alleen de vrouwtjes echter, want de spin wordt niet opgegeten maar begraven als voedsel voor de larve. De spinnen worden gepakt aan één van zijn/haar poten en word direct aan de buikzijde gestoken, vaak tussen de heupen. Het gif bereikt dan het centrale zenuwstelsel van de spin zodat hij/zij direct wordt verlamd. Als de spin verlamd is, bijt ze vaak enkele tot alle poten er vanaf. Soms wordt ook wel een spin opgegeten of wat bloed opgelikt om aan voldoende voedingsstoffen te komen voor de ontwikkeling van de eitjes. Voordat een spin gevangen wordt, wordt er eerst een holletje gegraven met aan het eind een nestkamer, waar de spin in gesleept wordt. In de spin wordt dan een eitje gelegd waaruit de made-achtige larve tevoorschijn komt en de verlamde spin levend en van binnenuit opeet. Nadat de larve is verpopt, vindt verpopping plaats, maar de pop komt pas de volgende lente uit waarna een nieuwe wesp verschijnt.
Bron: div. Internet

 

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes Anna 🤗

Snavelvliegen of Snipvliegen

De snavelvliegen of snipvliegen (Rhagionidae) zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera). Wereldwijd komen er 500 soorten voor en ik heb er daarvan 3 in onze tuin gespot, maar er zullen waarschijnlijk best nog wel meer soortjes zijn… De vliegen hebben een slank lijf met lange poten. Opvallend is de krachtige zuigsnuit waarmee in het voedsel geprikt wordt.

De snavelvliegen komen vooral voor in het bos en aan de bosranden. Ze zitten vaak op boomstammen met gespreide poten en met het borststuk omhoog. Meestal wijst de kop daarbij naar beneden, zoals bij Rhagio scolopaceus. Ze voeden zich met kleine insecten en waarschijnlijk ook met honingdauw en plantensap. De soorten van het geslacht Symphoromyia zuigen bloed bij gewervelde dieren en mensen. De vrouwtjes van enkele soorten voeden zich uitsluitend met nectar.

De snavelvliegen leggen hun eieren in de regel afzonderlijk van elkaar op de grond, in mest of dood hout. De langwerpige maden hebben een onvolledig kopkapsel en mondhaken, die gevormd worden uit de mandibelen en maxilla. Op het lichaam zitten smalle kruiprolletjes. De larven leven op en in de bodem tussen mos, dode bladeren, in mest en onder de schors van bomen. Ze voeden zich met kleine insecten. De larven van Rhagio scolopaceus eten graag regenwormen. Ze voeden zich waarschijnlijk ook met rottende plantendelen en vlees van dode dieren. De larven overwinteren meestal in de grond.
Bron:Wikipedia

 

_MG_5412w gewone snipvlieg - Rhagio scolopaceus

Gewone snipvlieg – Rhagio scolopaceus

_MG_6136w Chrysopilus asiliformis

Parende Geelpoot-schubsnipvlieg – Chrysopilus asiliformis

_MG_4660w Chrysopilus cristatus

Gewone schubsnipvlieg – Chrysopilus cristatus

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve groetjes Anna 🤗

 

Grote Klokjesbij

_MG_5686w

De Grote Klokjesbij (Chelostoma rapunculi) behoort tot de familie Megachilidae. Het is een oligolectische soort, zoals alle klokjesbijen. De naam verwijst naar de plant, waar ze hoofdzakelijk stuifmeel verzamelt, namelijk bloemen van de klokjesfamilie (Campanula).

_MG_5626w

Het is een typische klokjesbij van ongeveer 10 mm met een smalle lichaamsbouw. Het is één van de klokjesbijen, waarbij de vrouwtjes smalle witte haarbandjes op het achterlijf bezitten, buiten de haarbandjes zijn de vrouwtjes slechts zwak behaard. De buikschuier is geel-wit. De kaken zijn goed ontwikkeld, vrij kort en bezitten drie tanden. De clypeus is sterk gebogen. De mannetjes zijn vrij sterk geel-bruin behaard, zowel kop, borststuk als achterlijf. Ze bezitten drie afgeknotte tanden op het einde van het achterlijf.

_MG_5657w

Klokjesbijen nestelen over het algemeen in hout of rietstengels, maar aangeboden nestblokken worden ook geaccepteerd. Behalve de Ranonkelbij zijn de andere drie klokjesbijen gespecialiseerd op de planten uit de klokjesfamilie (campanulacea). Klokjes komen in de vrije natuur nog maar spaarzaam voor, maar maken vaak deel uit van borders in tuinen. Klokjesbijen doen het dan ook goed in tuinen en parken. Voldoende nestmogelijkheid is tegenwoordig vaak het grotere probleem. Tuinliefhebbers zouden ook nestmogelijkheden voor deze insectenfamilie moeten aanbieden.

_MG_5996w

Eén generatie overwintert als prepop in een cocon. Bouwt een lineair nest in dood hout en holle stengels. Maakt ook gebruik van nestblokken. Nesten bestaan uit 1-6 achter elkaar aangelegde broedcellen in holten met een doorsnede van 3-5 mm. De tussenwanden en de sluitprop van het nest lijken sterk op die van Chelostoma florisomne. Oligolectisch, gespecialiseerd op klokjes. In Nederland vooral gemeld van grasklokje. Daarnaast op circa 15 andere plantensoorten waargenomen die wellicht als nectarbronnen dienen.

_MG_5647w

Bijen zijn koudbloedige wezens, wat betekent dat hun lichaamstemperatuur afhankelijk is van die van de omgeving. Door gebruik te maken van lange beharing of vleugeltrillingen kan de inwendige temperatuur wat op peil gehouden worden. Maar niet elke bij is even harig en vleugeltrillingen vreten energie. Een isolerende schuilplek is dan ook meer dan welkom.

_MG_5754w

Zo kunnen mannetjes vaak rustend aangetroffen worden in holtes. Aggregaties zijn hierbij niet vreemd, ook bij soorten die overdag een territoriaal gedrag vertonen. ’s Nachts worden de vijandigheden echter aan de kant geschoven en slapen de mannetjes broederlijk naast elkaar.

_MG_5720w

Deze Gewone tandkaak (Enoplognatha ovata) spin had een lekker hapje te pakken… dit is wel een nadeel van slapen in een klokjesbloem…

_MG_5901w

 

Iedereen bedankt voor alle fijne reacties en likes bij mijn vorige blog !!
Lieve geniet groetjes van Anna 🤗